
De Sint-Matthiaskerk, sinds 1966 ingeschreven als rijksmonument, dateert uit 1351 en bezit een bijzonder rijk en kostbaar interieur. De parochie ontstond in de middeleeuwen als een afsplitsing van de Sint-Servaasparochie. Vanaf het einde van de 16e eeuw tot 1794 deed de kerk voornamelijk dienst als gereformeerde kerk. Daarna werd het gebouw onder meer gebruikt als garnizoensbakkerij, totdat het in 1803 opnieuw in gebruik werd genomen voor de katholieke eredienst.
Een groot deel van de huidige inventaris is afkomstig uit opgeheven Maastrichtse kloosters. Tot de belangrijkste onderdelen van het interieur behoren het neogotische hoofdaltaar uit 1859, ontworpen door Karl Weber en afkomstig uit de derde Minderbroederskerk, en een Maria-altaar uit de Sint-Servaaskerk. Daarnaast bezit de kerk een 18e-eeuws doopvont, een houten beeld van de heilige Cecilia van Jan van Steffeswert (ca. 1500–1525) en een Pietà uit circa 1550.
Verder bevinden zich in de kerk koperen luchters, geschonken door Petrus Regout, neogotische luchters en kandelaars, evenals schilderijen en wandfresco's uit verschillende perioden. De glas-in-loodramen in het priesterkoor werden aan het einde van de 19e eeuw vervaardigd door Atelier Nicolas uit Roermond. De ramen in de zijbeuken en de doopkapel zijn ontworpen door Charles Eyck en dateren uit 1959.
Het driemanuaals orgel uit 1808 is gebouwd door de Maastrichtse orgelbouwer Joseph Binvignat. Delen van de tribune en het tochtportaal zijn afkomstig uit de voormalige Augustijnenkerk. Daarnaast herbergt de Sint-Matthiaskerk diverse funeraire objecten, waaronder grafzerken die tegen de binnen- en buitenwanden zijn geplaatst.
Activiteiten op deze locatie

Openstelling Sint-Matthiaskerk





















